wegwerker

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • weg·wer·ker
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wegwerker wegwerkers
verkleinwoord wegwerkertje wegwerkertjes

Zelfstandig naamwoord

wegwerker m

  1. (beroep) arbeider die werkzaam is bij het onderhoud van wegen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be