wegvervoer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • weg·ver·voer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wegvervoer -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

wegvervoer o

  1. (transport) vervoer over de weg

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie