wegtrekken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • weg·trek·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
wegtrekken
trok weg
weggetrokken
klasse 3 volledig

Werkwoord

wegtrekken

  1. ergatief ~ uit: een bepaald gebied verlaten
    • De koekoek trekt in de herfst weg uit Europa. 
  2. ergatief (figuurlijk) ~ uit: iets kwijtraken omdat het verdwenen is
     Je ziet ook hoe het leven langzaam uit de Route is weggetrokken. De romantiek van het verval is overvloedig aanwezig. Verlaten, met gras en onkruid overwoekerde tankstations.[1]
  3. overgankelijk iets ~: door trekken iets verwijderen
    • Het gordijn werd weggetrokken en een prachtig decor kwam in zicht. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Peter Giesen “Route Nationale 7, leuker dan de Route du Soleil” (30 juli 2014), de Volkskrant