wegteren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • weg·te·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
wegteren
teerde weg
weggeteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

wegteren

  1. ergatief geleidelijk vergaan, wegkwijnen
    Jarenlang was Putzi alleen geweest, stuurloos, alsof hij 'wegteerde door het lange, eenzame, uitgestelde leven'.[1]

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders
93 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Hitlers pianist Peter Conradi 2013 ISBN 9029088672