weglopen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • weg·lo·pen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
weglopen
liep weg
weggelopen
klasse 7 volledig

Werkwoord

weglopen

  1. ergatief een plaats verlaten
    • Hij is net weggelopen. 
  2. ergatief ~ van iemand of iets verlaten (al dan niet lopend)
    • Hij was van huis weggelopen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie