Naar inhoud springen

weggelopen

Uit WikiWoordenboek
  • weg·ge·lo·pen
vervoeging van: weglopen…
verbogen vorm: weggelopene

weggelopen

  1. voltooid deelwoord van weglopen
     Hij was zo kwaad geweest toen hij die avond door de boomgaard was weggelopen en nog 'succes' had geroepen over zijn schouder.[1]
     Als er een minnaar was weggelopen of wanneer het haar niet lukte zich te concentreren op haar tekst, of als ze vond dat zij een rol had moeten spelen in plaats van 'die hysterische Eucalypta met die enge neus'.[2]
  1. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  2. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340