wegennet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

wegennet rond Weert
Uitspraak
Woordafbreking
  • we·gen·net
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wegennet wegennetten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

wegennet o

  1. een samenhangend geheel van wegen in een bepaald gebied
    • Bij regen rijden automobilisten voorzichtiger, met meer onderlinge afstand en lagere snelheden, waardoor de capaciteit van het wegennet kleiner wordt.[1] 
    • De ontwikkeling van een goed wegennet houdt doorgaans gelijke tred met een groeiende bevolking, ontdekte de befaamde Amerikaanse econoom Julian Simon al in de jaren zeventig. [2] 
Hyponiemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. 10 november 2016 NRC
  2. Volkskrant Hidde Boersma18 januari 2019 Bevolkingsgroei maakt een welvarend en groen Afrika mogelijk