wegebben

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • weg·eb·ben
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
wegebben
ebde weg
weggeëbd
zwak -d volledig

Werkwoord

wegebben

  1. ergatief geleidelijk afnemen, verdwijnen
    • Het enthousiasme van het begin is helemaal weggeëbd. 
    • Als de laatste klanken wegebben, lopen ze gearmd naar huis. 
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be