wegebben

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • weg·eb·ben
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
wegebben
ebde weg
weggeëbd
zwak -d volledig

Werkwoord

wegebben

  1. ergatief geleidelijk afnemen, verdwijnen
    • Het enthousiasme van het begin is helemaal weggeëbd. 
    • Als de laatste klanken wegebben, lopen ze gearmd naar huis. 
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.