wegdoen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • weg·doen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
wegdoen
deed weg
weggedaan
onregelmatig volledig

Werkwoord

wegdoen

  1. overgankelijk: niet langer behouden
    • Ga jij die troep nu eindelijk eens wegdoen? 
  2. overgankelijk: zich ontdoen van
  3. overgankelijk: uitwissen, uitvegen
  4. overgankelijk: wegbrengen
  5. (informeel) overgankelijk: (m.b.t. personeel) ontslaan

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.