wegdoen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • weg·doen
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van doen met het voorvoegsel weg-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
wegdoen
deed weg
weggedaan
onregelmatig volledig

Werkwoord

wegdoen

  1. (overgankelijk): niet langer behouden
    Ga jij die troep nu eindelijk eens wegdoen?
  2. (overgankelijk): zich ontdoen van
  3. (overgankelijk): uitwissen, uitvegen
  4. (overgankelijk): wegbrengen
  5. (informeel) (overgankelijk): (m.b.t. personeel) ontslaan