Naar inhoud springen

weerzien

Uit WikiWoordenboek
  • weer·zien
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
weerzien
zag weer
weergezien
klasse 5

onregelmatig

volledig

weerzien

  1. overgankelijk (formeel) na geruime tijd opnieuw zien
     Redenen te meer om zijn vertrek niet langer uit te stellen, opdat hij althans zijn andere familieleden zou kunnen weerzien, voordat het lot verdere slagen had uitgedeeld.[1]
enkelvoud meervoud
naamwoord weerzien
verkleinwoord

hetweerzieno

  1. geen meervoud ontmoeting lang na de voorgaande ontmoeting met dezelfde persoon
    • Hij had een aangenaam weerzien met zijn oude liefde. 
     „Sommige gezichten zijn nieuw, met anderen is het een weerzien,” vertelt de burgemeester. Als wethouder was hij in 2001 verantwoordelijk voor de wederopbouw van de Enschedese wijk. Nu is hij terug als burgervader. Hij kent het verhaal, hij kent het litteken. De mensen vertrekken bij het monument. Het is weer stil in Roombeek.[2]
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]
  1. Bronlink geraadpleegd op 17 februari 2025 Weblink bron
    Jan Huyghen van Linschoten (eds. H. Kern & H. Terpstra)
    “Itinerario, voyage ofte schipvaert naer Oost ofte Portugaels Indien. Eerste stuk.”, 2e druk (1955), Martinus Nijhoff, Den Haag, p. XXX
  2. Bronlink geraadpleegd op 13 mei 2022 Weblink bron
    Maarten Schoon
    “Burgemeester Roelof Bleker herdenkt vuurwerkramp Enschede in stilte: ‘Goed om hier zoveel mensen te zien’” (13 mei 2022), Tubantia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be