weerschip

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • weer·schip
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord weerschip weerschepen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

weerschip o

  1. (meteorologie) (scheepvaart) zeeschip voor het doen van meteorologische waarnemingen


Meer informatie

Gangbaarheid