weerlicht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • weer·licht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord weerlicht weerlichten
verkleinwoord weerlichtje weerlichtjes

Zelfstandig naamwoord

weerlicht o m [3] [4]

  1. lichtverschijnsel door elektrische ontlading (bliksem) bij onweer op afstand, waarbij de donder niet hoorbaar is.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
weerlichten

weerlicht

  1. onpersoonlijke tegenwoordige tijd van weerlichten

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen