weerkaatsen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • weer·kaat·sen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
weerkaatsen
weerkaatste
weerkaatst
zwak -t volledig

Werkwoord

weerkaatsen

  1. overgankelijk door elastische botsing van richting veranderen
    • Het stille water van het meer weerkaatste de pracht van de met sneeuw bedekte bergtoppen. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.