weergalm

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • weer·galm
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord weergalm -
verkleinwoord weergalmpje -

Zelfstandig naamwoord

weergalm m [1]

  1. teruggekaatste galm
Vertalingen

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandse taal

Werkwoord

vervoeging van
weergalmen

weergalm

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van weergalmen
    • Ik weergalm. 
  2. gebiedende wijs van weergalmen
    • Weergalm! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van weergalmen
    • Weergalm je?