weeraal

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • weer·aal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord weeraal weeralen
verkleinwoord weeraaltje weeraaltjes

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.

Zelfstandig naamwoord

weeraal [1]

  1. (vissen) Misgurnus fossilis Wikispecies-logo-en.png een langgerekte spoelvormige vis met een donkerbruine grondkleur, een geeloranje buik en zwarte lengtestrepen
Synoniemen
Gangbaarheid
22 % van de Nederlanders
22 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal