weende

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ween·de

Werkwoord

vervoeging van
wenen

weende

  1. enkelvoud verleden tijd van wenen
    • Ik weende. 
    • Jij weende. 
    • Hij, zij, het weende.