weelderig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • weel·de·rig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen weelderig weelderiger weelderigst
verbogen weelderige weelderigere weelderigste
partitief weelderigs weelderigers -

Bijvoeglijk naamwoord

weelderig

  1. uitbundig (groeiend)
     We zaten een paar minuten zwijgend naast elkaar te roken op de trappen naar de weelderige entree van het ooit grandioze hotel waar ik van plan was mij voorlopig te vestigen, toen hij het woord tot mij richtte.[2]
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen