weefspoel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

weefspoel
Uitspraak
Woordafbreking
  • weef·spoel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord weefspoel weefspoelen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

weefspoel v/m [1]

  1. schietspoel die heen en weer gaat in een weefgetouw
    • De titel roept ook associaties op met sprookjes, waar de heen en weer schietende weefspoel en het gesnor van het spinnewiel vaak een bron van inspiratie vormen voor een onuitputtelijke stroom aan verhalen. [2] 
    • De ouderen onder ons – en misschien ook wel hun kinderen – herinneren zich nog de tijd dat we, lang geleden, de in drukkerijen overbodig geworden letterkasten aan de muur hingen. Het liefst met zoveel mogelijk prullaria. In diezelfde sfeer kwamen ook de houten weefspoelen onze huizen binnen. Ook al heel leuk en net zo overbodig geworden. De weefmachines, die veel mankracht (of liever: vrouwkracht) gebruikten, raakten namelijk uit de gratie met de toenemende mechanisering. [3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.


Verwijzingen