wedervaren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
wedervaren


Woordafbreking
  • we·der·va·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
wedervaren
wedervoer
wedervaren
klasse 6 volledig

Werkwoord

wedervaren

  1. overgankelijk beleven, ervaren, meemaken, op zijn pad tegenkomen
    • Wat zij op de tocht wedervoeren valt niet eenvoudig te beschrijven. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van: wedervaren…
geen verbogen vorm

wedervaren

  1. voltooid deelwoord van wedervaren
enkelvoud meervoud
naamwoord wedervaren -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

wedervaren o

  1. dat wat is meegemaakt, belevenissen

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen


Middelnederlands

Uitspraak
  • [1] klemtoon 'wedervaren
  • [2],[3] klemtoon weder'varen
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

wedervaren

  1. onovergankelijk teruggaan
  2. onovergankelijk optreden tegen
  3. onovergankelijk gebeuren, ten deel vallen
Opmerkingen
Overerving en ontlening

Verwijzingen