weckte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • weck·te

Werkwoord

vervoeging van
wecken

weckte

  1. enkelvoud verleden tijd van wecken
    • Ik weckte. 
    • Jij weckte. 
    • Hij, zij, het weckte.