webstek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • web·stek
enkelvoud meervoud
naamwoord webstek webstekken
verkleinwoord webstekje webstekjes

Zelfstandig naamwoord

webstek v/m

  1. website, elektronische thuispagina
Vertalingen

Gangbaarheid

43 % van de Nederlanders
93 % van de Vlamingen.

Meer informatie