watt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: watWatt
James Watt (1736-1819)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • watt
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘elektrische eenheid’ voor het eerst aangetroffen in 1894 [1]
  • Vernoemd naar James Watt (1736-1819), Schots ingenieur
enkelvoud meervoud
naamwoord watt watts
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

watt m

  1. (natuurkunde), (elektronica), (eenheid) SI-eenheid van arbeidsvermogen of vermogen, weergegeven met symbool W
    • De grootheid "vermogen" (symbool: P) wordt uitgedrukt in de eenheid watt (symbool: W). 
    • Eén watt is gelijk aan een joule per seconde. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Pennsylvania-Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • watt

Werkwoord

watt

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van waerra (?)
    «Drauss iss es am schneehe alleweil, awwer wann die Daage laenger warre un’s widder wennich waarm watt, schtaerte die Bauere widder mit ihr Arewet.»
    Buiten sneeuwt het de hele tijd, maar als de dagen langer worden en het weer een beetje warm wordt, beginnen de boeren weer met hun werk.
Typische woordcombinaties
  • er watt (3e persoon enkelvoud mannelijk)
  • sie watt (3e persoon enkelvoud vrouwelijk)
  • es watt (3e persoon enkelvoud onzijdig)
Opmerkingen