watsche

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Pennsylvania-Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • wat·sche
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Engelse woord  watch ww 
vervoeging
tegenwoordige tijd, aantonende wijs, bedrijvende vorm
onbepaalde
wijs
watsche
verleden
tijd
(ich hab) gwatscht
voltooid
deelwoord
gwatscht
enkelvoud meervoud
1e persoon ich watsch mir watsche
2e persoon du watscht dihr / der
dihr / der
dihr / der
ihr / er
ihr / er
nihr / ner
watscht
watschet
watsche
watscht
watsche
watsche
3e persoon er watscht sie watsche
sie watscht
es watscht

Werkwoord

watsche (hulpwerkwoord:  hawwe ww )

  1. onovergankelijk, overgankelijk goed kijken naar, observeren
    «Dann kann ich mich in mei Kich mit en Koppche Kaffi hiehocke un die Veggel watsche
    Dan kan ik in mijn keuken gaan zitten en de vogels observeren.
  2. wederkerend zich observeren
Opmerkingen

Werkwoord

watsche

  1. tweede persoon meervoud tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van watsche
Vervoeging
  • De verschillende woordvormen zijn gebaseerd op regionale afwijkingen.
    • dihr / der watsche
    • ihr / er watsche
    • nihr / ner watsche
Synoniemen
  • De verschillende woordvormen zijn gebaseerd op regionale afwijkingen.