waterplant

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wa·ter·plant
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord waterplant waterplanten
verkleinwoord waterplantje waterplantjes

Zelfstandig naamwoord

waterplant v / m

  1. geheel of ten dele in het water groeiende plant.
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie