waterplaats

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wa·ter·plaats
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord waterplaats waterplaatsen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

waterplaats v / m

  1. plaats waar men kan urineren
  2. (scheepvaart) plaats waar zoet water aan boord genomen kan worden.
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

  • Zie Wikipedia voor meer informatie. (Urinoir)

Gangbaarheid