watermeloen

Uit WikiWoordenboek


Nederlands

Watermeloenen.
Uitspraak
Woordafbreking
  • wa·ter·me·loen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord watermeloen watermeloenen
verkleinwoord watermeloentje watermeloentjes

Zelfstandig naamwoord

watermeloen v/m

  1. (fruit) (bloemplanten) Citrullus lanatus op Wikispecies (syn: Citrullus vulgaris) een eenjarige, eenhuizige plant uit de familie Cucurbitaceae met grote, grijs-groene gelobde bladeren. De bloemen zijn eenslachtig en geel tot wit van kleur. De vruchten, die afhankelijk van de soort kunnen variëren in gewicht van 1 tot 50 kg, bevatten vochtig, zoet vruchtvlees. In het vruchtvlees, dat meestal rood is, maar ook wit, roze, geel of oranje van kleur kan zijn, zitten de pitten. Het rode vruchtvlees bevat het hoogste gehalte lycopeen van alle rauw geconsumeerde vruchten (indien een tomaat gekookt wordt, bevat deze relatief meer lycopeen)
Hyperoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be