waterloos

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wa·ter·loos
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen waterloos waterlozer waterloost
verbogen waterloze waterlozere waterlooste
partitief waterloos waterlozers -

Bijvoeglijk naamwoord

waterloos

  1. zonder water
    • Na een lange wandeling door de woestijn waren de verdwaalde reizigers waterloos. 
Synoniemen

Zelfstandig naamwoord

waterloos mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord waterloo

Meer informatie

Gangbaarheid