watering

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wa·te·ring
Woordherkomst en -opbouw

Naamwoord van handeling van wateren met het achtervoegsel -ing

enkelvoud meervoud
naamwoord watering wateringen
verkleinwoord wateringetje wateringetjes

Zelfstandig naamwoord

watering v

  1. wetering
  2. (in België) openbaar bestuur dat buiten de polderzones zorgt voor de waterhuishouding.
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

83 % van de Nederlanders;
77 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Engels

Werkwoord

watering

  1. onvoltooid deelwoord van water

Zelfstandig naamwoord

watering

  1. gerundium van water