waterdier

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wa·ter·dier
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord waterdier waterdieren
verkleinwoord waterdiertje waterdiertjes

Zelfstandig naamwoord

waterdier o

  1. dier dat in het water leeft.

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.