waterdicht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wa·ter·dicht
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen waterdicht waterdichter waterdichtst
verbogen waterdichte waterdichtere waterdichtste
partitief waterdichts waterdichters -

Bijvoeglijk naamwoord

waterdicht

  1. ondoordringbaar voor water
  2. sluitende overeenkomst die geen mogelijkheid biedt voor ongewenste of onvoorziene interpretaties
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be