waszak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

[2] waszakje
Uitspraak
Woordafbreking
  • was·zak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord waszak waszakken
verkleinwoord waszakje waszakjes

Zelfstandig naamwoord

waszak m [1]

  1. een zak waarin men de vuile was kan doen
    • Er geldt een vaste prijs. Gebruikers van de service betalen 16,50 euro per waszak. Dat is ongeveer een trommel wasgoed. Mensen die vanuit de Wet Maatschappelijke Ondersteuning recht op huishoudelijke hulp hebben, kunnen tegen gereduceerd tarief gebruikmaken van de service. Zij betalen 5 euro per waszak. Overigens blijven ook de huidige 'wasvouchers'voor hen nog tot 1 januari bruikbaar.[2] 
  2. met een rits afsluitbaar zakje van een speciaal soort dunne, geweven stof (meestal nylonachtig) om kwetsbare kleding of knuffels te beschermen tegen beschadigingen door de wasmachine, of om juist de wasmachine en ander wasgoed te beschermen
    • In de jeugdroman Gewicht van Water beschrijft de kleine Poolse Kasienka wat ze allemaal voelt en denkt als zij met haar moeder, met niets dan een koffer en een oude waszak, in Engeland aankomt om haar vader te zoeken.[3] 
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Tubantia 10-OKTOBER-2017
  3. de Telegraaf RONNEKE VAN DER GENUGTEN 31 mrt. 2015