waskrijt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

waskrijt
Uitspraak
Woordafbreking
  • was·krijt
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord waskrijt
verkleinwoord waskrijtje waskrijtjes

Zelfstandig naamwoord

waskrijt o [1]

  1. vettig kleurkrijt
    • Op de Amsterdam Antiquarian Book, Map & Print Fair in Amsterdam is een bijzonder stilleven van de hand van dichter Gerrit Komrij te koop. Hij maakte de kleurrijke waskrijttekening op 15-jarige leeftijd. Het kunstwerk gaat voor 1200 euro van de hand, zei een woordvoerder van de organisatie maandag.[2] 
    • Naast de noodzakelijke computeranimaties is het handwerk van de tekenaars zichtbaar gebleven: potlood en waskrijt op papier in sprekende, warme kleuren.[3] 
    • ‘En nu gaan jullie toveren. Kijk maar.’ De strepen van het waskrijt op de kartonnen vellen vervloeien in kleurige vlakken. ‘Niet bang zijn. Toe maar. Prachtig wordt het. Ik wil geen wit meer zien, horen jullie?’[4] 
Synoniemen


Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf 08 nov. 2012
  3. Volkskrant Pauline Kleijer 15 oktober 2015
  4. Volkskrant 19 april 2007,
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be