washandje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • was·hand·je

Zelfstandig naamwoord

washandje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord washand

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie