wasachtig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • was·ach·tig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen wasachtig wasachtiger wasachtigst
verbogen wasachtige wasachtigere wasachtigste
partitief wasachtigs wasachtigers -

Bijvoeglijk naamwoord

wasachtig

  1. gelijkend op, of eigenschappen hebbend van was, glad en doods als van een wassenbeeld
    • Het gave wasachtige gelaat van de filmster was mooi maar doods. 
Synoniemen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.