warmoes

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

1. warmoes (beta vulgaris var. cicla)
Uitspraak
Woordafbreking
  • war·moes
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord warmoes warmoezen
verkleinwoord warmoesje warmoesjes

Zelfstandig naamwoord

warmoes v / m

  1. (groente), (plantkunde) bladgewas waarvan de bladeren of de bladstelen als groente worden gegeten, Beta vulgaris op Wikispecies var. cicla
    • Warmoes behoort tot een van de vergeten groenten en heeft al een zeer lange historie.[3] 
  2. (groente), (verouderd) bladgroente in het algemeen, vooral in bereide toestand
    • Zij geeft haar baas slechts tweemaal 's weeks zijn lievelingskost, de overige dagen mag hij zich, even als zijne vrouw en kinderen, met een soort van warmoes of soep, die zij, o! zoo delicieus weet te bekokkeren uit een mengelmoes van groenten met havergort of andere grutten en meer ingredienten, ...[4] 
Synoniemen
Hyperoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

77 % van de Nederlanders;
77 % van de Vlamingen.

Meer informatie

  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.

Verwijzingen