ware

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wa·re

Bijvoeglijk naamwoord

ware

  1. verbogen vorm van de stellende trap van waar
    • Die insecten zijn een ware plaag. 

Werkwoord

vervoeging van
zijn

ware

  1. aanvoegende wijs verleden tijd van zijn
    • De auto auto zweeft als het ware over de weg. 
    • Hij werd onthaald als ware hij de koning in eigen persoon. 

Werkwoord

vervoeging van
waren

ware

  1. aanvoegende wijs van waren

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
95 % van de Vlamingen.


Afrikaans

Bijvoeglijk naamwoord

ware

  1. attributieve vorm van waar


Engels

enkelvoud meervoud
ware wares

Zelfstandig naamwoord

ware

  1. waar, goed