wantrust

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een wantrust van de Wasa, met want, wanttalie en puttings

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • want·rust
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wantrust wantrusten
verkleinwoord wantrustje wantrustjes

Zelfstandig naamwoord

wantrust v/m

  1. (scheepvaart) een stevige klamp of brede rand die buitenboord op dekhoogte van een zeilschip is aangebracht, om er het want aan te bevestigen
    • De bevestigingspunten voor de wanten (puttings) zijn op de wantrust aangebracht. 
Synoniemen
Hyperoniemen
Meroniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

Meer informatie