wangzak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wang·zak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wangzak wangzakken
verkleinwoord wangzakje wangzakjes

Zelfstandig naamwoord

wangzak m [1]

  1. (dierkunde) een flexibel deel van de huid aan de zijkanten van de kop dat door bepaalde zoogdieren wordt gebruikt om voedsel op te slaan
    • Televisiebioloog Freek Vonk is in het Volcanoes National Park in Rwanda nog geen gorilla's tegengekomen maar is uiteraard mega enthousiast over de gouden meerkat. Het dierenweetje van de dag: deze aap kan in de wangzak net zo veel voedsel kwijt als in de maag. [2] 
  2. (anatomie) ruimte tussen het gebit en de wang
    • "Ook hebben we vastgesteld dat tijdens de laatste levensfase van de patiënt, als de patiënt slikklachten ervaart, epileptische aanvallen goed behandeld kunnen worden met anti-epileptica in de vorm van druppels in de wangzak of neusspray." [3] 
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
74 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen