Naar inhoud springen

wandelt

Uit WikiWoordenboek
  • wan·delt
vervoeging van
wandelen

wandelt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wandelen
    • Jij wandelt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wandelen
    • Hij wandelt. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van wandelen
    • Wandelt! 
     Nella wandelt terug naar het huis.[1]
     ' Hij draait zich om en wandelt de trap af om zijn eigen rugzak te halen.[2]
  1. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024586332
  2. “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024582280
  • wan·delt

wandelt

  1. (hoofdzin) derde persoon enkelvoud aantonende wijs tegenwoordige tijd van wandeln
  2. (hoofdzin) tweede persoon meervoud aantonende wijs tegenwoordige tijd van wandeln
  3. gebiedende wijs meervoud van wandeln