wachtlopen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wacht·lo·pen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
wachtlopen
liep wacht
wachtgelopen
klasse 7 volledig

Werkwoord

wachtlopen

  1. inergatief (militair) voor een bepaalde periode een bewakingsrol vervullen
    • Hij had bijna vier uur wachtgelopen op de brug toen het gebeurde. 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.