Naar inhoud springen

wachtend

Uit WikiWoordenboek
  • wach·tend
vervoeging van: wachten
verbogen vorm: wachtende

wachtend

  1. onvoltooid deelwoord van wachten
    ▸ Met mobiel infuus en al was hij thuis komen te zitten, wachtend op een nieuwe knie.[1]
    ▸ Als de opwaaiende stofwolken zijn weggetrokken, voel ik de ogen van mijn familieleden branden, wachtend op een uitleg.[2]
    ▸ Ik keek naar het eten en daarna naar haar, wachtend tot ze zou vertrekken.[3]
  1. ↑ “Eenzaamheid” (2021), De Bezige Bij op Wikipedia, ISBN 9789403126210
  2. ↑
    Ronald Giphart e.a.
    “Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
  3. ↑ “Echo's aan het meer” (2026), Kokboekencentrum, ISBN 9789029740210