waarschuwinkje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • waar·schu·win·kje
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

waarschuwinkje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord waarschuwing