waarover

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • waar·over
Woordherkomst en -opbouw
  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     over  
 persoonlijk     erover  
aanwijz.   nabij     hierover  
  veraf     daarover  
  vragend/betrekk.     waarover  

Voornaamwoordelijk bijwoord

(scheidbaar)
waarover

  1. vragend over wat?, over welk?
    • Waarover heeft hij het eigenlijk? 
  2. betrekkelijk over wat, over hetwelk, dewelke
    • Dit is de renteverhoging waarover hij het alsmaar had. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.