waarders

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • waar·ders

Zelfstandig naamwoord

waarders mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord waarder

Bijvoeglijk naamwoord

waarders

  1. partitief van de vergrotende trap van waar