waadvogel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • waad·vo·gel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord waadvogel waadvogels
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

waadvogel m

  1. (vogels) vogel met waadpoten uit de onderorde Charadrii
    • In het midden van de vijver staan veel waadvogels met hun poten in het water. 
Vertalingen

Gangbaarheid

68 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.

Meer informatie