vuurtoren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een vuurtoren.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vuur·to·ren
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vuurtoren vuurtorens
verkleinwoord vuurtorentje vuurtorentjes

Zelfstandig naamwoord

vuurtoren m

  1. (scheepvaart) een hoog lichtbaken aan de kust
    • De vuurtoren blijkt onbewoond te zijn. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be