vuurkracht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vuur·kracht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vuurkracht vuurkrachten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

vuurkracht v / m [1]

  1. (militair) totale vermogen van een aantal vuurwapens
    • Wij hebben niet genoeg vuurkracht voor deze taak 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen