vulstem

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vul·stem
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vulstem vulstemmen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

de vulstemv / m

  1. (muziek) register van een orgel
     Willem pakte voor het pedaal een 16 voets register er bij en voor het hoofdwerk nog een vulstem. Hij probeerde het eeuwenoude lied tot leven te brengen.[1]
     Bovendien ontbreekt de oorspronkelijke liturgische functie van dit type orgelwerk als intermezzo (de tweedelige vorm met een solo voor tongwerk of vulstem) of als afsluiting van de dienst (de versie met een contrapuntisch slotdeel voor Full Organ).[2]
Vertalingen

Gangbaarheid

34 % van de Nederlanders;
36 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron
    Jac. Hoefnagel,
    “God is onze toevlucht en sterkte” (29-10-2010), Reformatorisch Dagblad
  2. Bronlink Weblink bron
    Piet van de Wege
    “Recensie: Händel en tijdgenoten” (18-06-2014), Reformatorisch Dagblad
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be