vuistbijl

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Vuistbijl.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vuist·bijl
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vuistbijl vuistbijlen
verkleinwoord vuistbijltje vuistbijltjes

Zelfstandig naamwoord

vuistbijl v/m

  1. (archeologie) een kerngereedschap uit het paleolithicum, het Acheuléen en het Moustérien, dat voorkomt in Afrika, Europa, het westen van Eurazië, India en het westen van China, maar niet verder naar het oosten
    • Vuistbijlen kunnen in een kwartier tijd uit vuursteen gehakt worden. 
Vertalingen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
82 % van de Vlamingen.

Meer informatie