vruchtwater

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vrucht·wa·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vruchtwater vruchtwaters
verkleinwoord vruchtwatertje vruchtwatertjes

Zelfstandig naamwoord

vruchtwater o

  1. het vocht dat de ongeboren vrucht omgeeft
  2. (biologie) inhoud van de cellen van een vrucht.
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie